Op Getinternetmarketingstrategies.com las ik een artikel rond Knol artikelen; blijkbaar scoren deze Knols zo enorm goed, dat hooggeplaatste artikelen het afleggen tegen deze - doorgaans zeer recent geschreven - artikelen.
Sommige Knols van nog geen week oud hebben zelfs al een PR meegekregen bij de meest recente PR update. Nu geef ik hier niks om, maar het geeft wel aan dat Google de artikelen belangrijk vindt.
Knol is tevens onderzocht op mogelijke risico’s; allereerst kun je zelfs met ‘geleende’ content scoren met een Knol. Op deze wijze kun je dus je concurrentie te lijf door Knol artikelen hoger te laten ranken dan de gevestigde informatiebronnen.
Het grote voordeel is dat dit webmasters (of online marketeers) de mogelijkheid biedt om te scoren met informatie in de vorm van Knol artikelen. Dit geldt vooral voor webmasters die momenteel nog niet ranken met hun websites. Dit is enerzijds jammer, want de meeste top posities staan in de top vanwege de sterke content. Anderzijds zal men nu nog beter moeten werken aan kwalitatief hoogstaande artikelen om in de top-serps te blijven. Ik ben benieuwd of Knol inderdaad een risico vormt voor de gevestigde websites.
Hier nog een artikel op Seobook.com waarin een test is gedaan rond Knol pagina’s; Shocking…..
read comments (0)Op 23 juli 2008 is Knol gelanceerd. Deze nieuwe Google tool moet wedijveren met Wikipedia, Squidoo and the likes. Op zich fijn dat de hegemonie van Wikipedia hiermee in het geding komt. Ik ben nooit zo’n voorstander geweest van Wikipedia (vanaf dag 1), vooral vanwege het redelijk brakke beleid van het beheer van de unieke onderwerpen. Wanneer je als beheerder een onderwerp (keyword) geclaimed had, dan kon je de waarde van de pagina gebruiken bij je eigen pagina’s. Het kwam dan ook vaak voor dat een beheerder een onderwerp beheerde, waarop alleen maar een lading linkjes naar de eigen sites op gevonden werden.
Nu is er Knol, het antwoord van Google. Ik heb direct een pagina aangemaakt (hopelijk een goede, en in ieder geval met unieke content) om het geheel te testen. Gelukkig schreef ik de complete tekst in een editor, want toen ik alles binnen Knol had geplaatst, verscheen er direct een mooie fatale error in Firefox. Helaas, alle formatting (handmatige html) voor niks; vervolgens de pagina maar weer opnieuw ‘gebouwd’. Het uploaden van images werkte ook niet, dus moest ik naar mijn eigen site hotlinken.
Goed aan Knol is dat iedereen over hetzelfde onderwerp kan schrijven. Meerdere entries zorgen er dus in ieder geval voor dat er geen monopoly rond onderwerpen ontstaat. Je kunt als ‘eigenaar’ mensen uitnodigen, maar andere leden van Knol kunnen ook input leveren (ofwel zonder jouw goedkeuring; ‘Open’, of met goedkeuring). Wat dat betreft dus vergelijkbaar met Wikipedia.
Je kunt verder gebruik maken van Adsense, waarbij je een eventueel bestaand Adsense account koppelt aan Knol. Je kunt ook uitgaande links opnemen, en dus ook affiliatelinkjes, waardoor je de Knol ook commercieel kunt inzetten.
Catch22:
Google heeft zelf aangegeven niet het Knol netwerk te boosten door eigen PR9/PR10 sites naar knol.google.com te laten wijzen. Op termijn verwacht men echter wel dat populaire knol-artikelen ook een hoge PR zullen krijgen. Dat is ook niet vreemd, want het grote nadeel van Knol is dat alle uitgaande links automatisch voorzien worden van een nofollow. Dat dit bij commerciële links het geval is kan ik accepteren, maar dat Google zelf de nofollow op elke uitgaande link plaatst is opmerkelijk te noemen. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat een knol-artikel misbruikt wordt door webmasters om eigen websites te boosten (als tzt de artikelen hoog scoren en een hoge PR hebben), maar nu gaat de linkjuice alleen maar naar het netwerk en er is dus geen uitgaande ‘juiceflow’. We gaan zien of dit op termijn acceptabel blijft. Enerzijds trekt het meer mensen aan, anderzijds zullen sommigen Knol vermijden. Als je veel energie steekt in unieke content, is het toch jammer dat je als beloning niet wat PR door kunt zetten. Voorlopig moet je het puur van de traffic hebben, wat natuurlijk best positief is (helemaal als de pagina’s straks populair worden).
Btw. Ikzelf ben van de ‘who cares about PR’ lichting….
Het boek the Ultimate Guide to Google Adwords is geschreven voor beginnende en gevorderde Adwords gebruikers. Op diverse forums werd dit boek aangeraden, ik heb het boek daarom ook met hoge verwachtingen besteld. De schrijvers, Perry Marshall en Bryan Todd, zijn beide gurus op het gebied van online adverteren. Beiden zijn vaak aanwezig op belangrijke beurzen en evenementen, vaak als (keynote) sprekers.
Het is een duidelijk geschreven (Engelstalig) boek. Het boek begint met een beschrijving over hoe je een Adwords campagne opzet. Alle basishandelingen komen op begrijpelijke wijze aan bod, waardoor je binnen 10 minuten je eerste campagne kunt lanceren.
Omdat dit natuurlijk pas het begin is, gaan de volgende hoofdstukken over het optimaliseren van de campagne. Hier lees je een hoop handige tips rond Google Adwords. Het boek staat vol met handige praktijkvoorbeelden. Daarnaast wordt er uitgelegd hoe je binnen Adwords de juiste keywords kunt bepalen (Google Keyword Tool en Google Traffic Estimator). Helaas wordt hierbij ook verwezen naar de Overture tool, die al tijden offline is. Je zult het dus moeten doen met de verkeerschatter van Google zelf. Die is wat minder praktisch bij Nederlandstalige keywords, maar voldoet in de kern.
Peel and Stick voor hogere CTR:
Het hoofdstuk waar ik het meeste aan had ging over de zgn. ‘Peel and Stick’ methode. Hier wordt uitgelegd dat je het beste twee advertenties per campagne kunt maken. Beide campagnes zet je na verloop van tijd tegen elkaar af, en de minst presterende vervang je voor een betere advertentie. Op deze wijze blijf je de campagnes op heldere wijze optimaliseren, met hoge CTR’s tot gevolg. Mijn eigen CTR van een aantal campagnes stegen in een paar dagen van 0,10% naar 3,2%. Als gevolg hiervan daalde de prijs per klik aanzienlijk. Het enige dat ik hiervoor had veranderd waren de advertentie omschrijvingen (d.m.v. Peel and Stick) en de landingspagina’s van mijn websites.
Adwords tips:
Andere handige tips die aan bod komen zijn:
Adwords en SEO, Tools en de FAQ:
Het boek sluit af met een paar handige hoofdstukken. Eén hoofdstuk behandelt SEO (Zoekmachine optimalisatie). Wat dit hoofdstuk betreft zijn er betere manieren om je te laten informatie over hoe beter te scoren binnen de natuurlijke resultaten van Google. Er is ook nog een hoofdstuk over tools die je kunnen helpen bij het onderhoud en verbeteren van je campagnes. Het laatste hoofdstuk bevat een uitgebreide FAQ, waar je diverse antwoorden op vragen kunt nalezen.
Conclusie:
Wat mij betreft was het boek een verademing, vooral voor een beginner. Het is zeer praktisch ingestoken, waardoor je altijd direct met de vele tips aan de slag kunt. Het zou mooi zijn als dit boek ooit nog eens vertaald wordt, waarschijnlijk zullen de vele voorbeelden dan nog meer leven bij de lezers. Na het lezen van dit boek ben ik direct met mijn campagnes aan de slag gegaan. Aanpassingen en verbeteringen lekker gemakkelijk met de Google Adwords Editor doorgevoerd. De CTR bleef de dagen erna alleen maar toenemen, de kosten liepen terug. Nu ben ik geen grote adverteerder, toch was het fijn dat de campagnes steeds meer begonnen op te leveren. Je kunt op veel online plekken een hoop informatie rond Adwords vinden, een boek lezen heeft vaak ook zijn voordelen.
Je kunt het boek the Ultimate Guide to Google Adwords onder andere bestellen bij Bol.com, Selexys.nl of Amazon.com.
Vond je deze recensie interessant en wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe artikelen? Meldt je dan aan op mijn RSS Feed.
(Guestblogged by: J. van Duivenboden)
Na Google, Google Maps, Google Earth, Orkut, GMail en allerlei andere Google-applicaties is het dan nu eindelijk tijd voor Google Health. Deze webapplicatie is bedoeld voor patiënten die online hun medische informatie wensen bij te houden. Ik heb mezelf alvast geregistreerd en zal hier een kort verslag geven (wordt vervolgd…).
Google en medische informatie, kan dat goedgaan, was mijn eerste gedachte. Nou ja, ze hebben er in elk geval veel aan gedaan om het privacybeleid duidelijk te maken. “You control who can access your personal health information.” is het credo. Google doet niks speciaals met jouw medische profiel, althans, dat melden ze. Als je dat werkelijk gelooft kun je inloggen met een Google account (eventueel eerst aanmaken). Na inloggen moet je dan wel even de “Sharing authorization agreement” lezen en accepteren.
Daarna kun je aan de slag. Nou ja… als je goed gezond bent, ben je zo weer klaar. Je zult je eigen profiel moeten vullen met medisch relevante informatie. Dat gaat heel ver. Je kunt op een heel eenvoudige manier informatie toevoegen over gebruik van medicijnen, allergieen, behandelingen die je hebt gehad enzovoorts. Het werkt allemaal redelijk intuitief. Maar helaas zijn er dan wel wat beperkingen die aan het licht komen. Want alles is bijvoorbeeld in het Engels. Niet alleen de gebruikersinterface, maar ook de gebruikte tabellen voor bijvoorbeeld medicatie. Paracetamol is bijvoorbeeld niet terug te vinden en wat is ook alweer de Engelse term voor een moedervlek…? Dat zijn lastige dingen, maar wie weet komt er nog een Nederlandstalige en qua codetabellen ook Nederlandse versie uit. De functie “Find a doctor” doet het ook prima, maar echt makkelijk werkt dat nog niet.
Informatie in het profiel is van een hoog medisch gehalte. Je kunt er geen informatie over je levensstijl kwijt (drinken, roken, sporten), of over familiegeschiedenis (van belang bij erfelijke aandoeningen). Iets anders wat opvalt is dat het wel heel vrijblijvend is wat je kunt invullen/opvoeren als je eigen medische data. Er zit nauwelijks controle op bepaalde gegevens in. Zo is het mogelijk een Hemoglobine gehalte van 1000 mmol/l op te geven. Google Health vindt dat prima. Wellicht gaat dat anders zodra je je medische profiel koppelt met diverse online “Health Tools”. Want dan wordt het pas echt interessant, als je medische profiel op een of andere manier te linken is aan webservices én aan systemen van zorgverleners. Vol verwachting klikte ik op de knop “import medical records”, maar helaas, je krijgt dan een overzicht te zien van medische websites, allemaal in de VS, die dan iets met je profiel zouden kunnen. Bijvoorbeeld waarschuwingen geven, medicatieschema’s maken etc. etc. Het importeren van medische data is niet echt mogelijk, laat staan van andere instellingen of zorgverleners.
Een goede functie zijn de Health Topics, die per aandoening geautoriseerde medische informatie samenvatten. Maar ja, dat bestaat op zich al een tijdje op Internet (Wikipedia bijvoorbeeld).
De eerste indruk is dus niet helemaal positief. Voor Nederland biedt Google Health nog weinig mogelijkheden en geen enkele communicatie met andere partijen c.q. systemen. Maar… het concept is wel heel duidelijk en gebruiksvriendelijk. Voor partijen als zorgverzekeraars en patiënten moet het zeker interessant zijn. Google zoekt ook partners om koppelingen mee te realiseren, en heeft straks ook voor ontwikkelaars diverse APIs beschikbaar: zie http://groups.google.com/group/googlehealthdevelopers.
Als Google het ook voor de Nederlandse markt geschikt maakt en daarbij kan koppelen met partijen als zorgverzekeraars, HIS/AIS leveranciers en (waarom niet) het LSP, wie weet wat er dan (ooit) voor handigs uitkomt.
Meer informatie:
* De website van Google Health
* Een review op Techcrunch.com
* Een - ook net gelanceerde - Nederlandse site voor het bijhouden van medische data: www.medilog.nl
Hieronder nog een video van Eric Schmidt, keynote speaker op de HIMSS in februari 2008.